
Het nieuws
De allereerste controle was vroeg, rond de 6 weken zwangerschap. Tijdens die controle kwamen dan ook enkel de woorden: "gefeliciteerd, je bent zwanger!" van de gynaecoloog. Het geluk kon niet op, hoewel de meningen in het begin een beetje verdeeld waren. Het was onverwachts. Dit duurde niet lang en was gelukkig al gauw goed.
De volgende controle, ik was 11 weken zwanger. Ik vertelde direct dat we niet wilden weten of het een jongen of een meisje zou zijn. Bij onze andere twee kinderen wisten wij dit ook niet en dit had een bepaalde magie bij de bevalling, om er daar pas achter te komen. Tijdens de controle kon de gynaecoloog het niet allemaal goed zien. Maarja, ik was tenslotte 'nog maar' 11 weken zwanger. Eigenlijk nog iets te vroeg op controle voor de 12 weken echo. Dat zei de gynaecoloog dus ik zei dat ook tegen mezelf, maar mijn gevoel zei iets anders.
Daarnaast sliep ik niet goed. Ik sliep onrustig en ik had nachtmerries. Ik had nachtmerries over dat ik ons kindje zou verliezen, maar het zou geen miskraam zijn. Ondanks dat ik mij focuste op mijn gedachten in de nachten, werd het mij niet duidelijk hoe ik ons kindje zou verliezen. Maar het was zo duidelijk en sterk aanwezig dat ik er soms verdrietig van wakker werd. Omdat ze met de echo van 11 weken niet alles had gezien wat ze wilde zien, moest ik op extra controle komen met 13 weken. De controle duurde lang. Te lang..
Weer de woorden, "we kunnen niet alles zien wat we willen zien." Ze ging de organen langs maar bij het hart bleef het onduidelijk. Twee weken later moest ik weer op controle komen en zou de kindercardioloog aansluiten. Dan weet je eigenlijk wel al, dit is niet zoals het hoort te zijn.
Ik was 15 weken zwanger en toen werd ons echt duidelijk dat er iets niet goed was met het hart van onze foetus. We konden zien dat het hart klopte, ons kindje groeide. Maar van het hart konden ze niet precies de boezems en de kamers zien en onderscheiden. Er is iets mis met het hart. Toen ik dat te horen kreeg.. het was de controle waar mijn man enkel digitaal bij kon zijn (gelukkig kon dat wel!).. Waar kun je dan nog aan denken? Jouw kindje, dat leeft en groeit in jouw buik, gaat misschien dood. Je wereld stort in, maar dat kan helemaal niet. Je moet nog met de auto naar huis rijden, er zitten nog twee kinderen op jou te wachten.
In een kamer in het ziekenhuis, kon ik even alleen zijn, mijn emoties even laten gaan, bellen met mijn man. Op dat moment was het alleen maar verdriet, het was zo onwerkelijk dat dit kleine wezentje dat nu in mijn buik leefde, misschien dood zou gaan. Toen ik mezelf enigszins oké voelde om met de auto naar huis te gaan, wilde ik gewoon zo snel mogelijk naar huis. Onderweg in de auto naar huis belde ik met mijn moeder, het was een heel lang telefoongesprek, want ik wilde haar horen terwijl ik naar huis aan het rijden was. Ik vertelde mijn moeder: "mam, ik ben op controle geweest, maar het is niet goed." Ik kon niet zoveel woorden uitbrengen. Huilend, maar vooral gefocust op de weg reed ik naar huis.
Bij ons thuis was oma (mijn schoonmoeder) bij onze kinderen. Mijn man was inmiddels ook net thuis en had al iets tegen zijn moeder verteld, want het zat niet in de planning dat hij thuis zou komen. Hij was lijkbleek, maar thuis. We zaten in de achtertuin, het was even gek doen met de kinderen (de kinderen maakte even deze foto met mijn telefoon) we hadden even een momentje van nu even niks aan de hand. We zouden het er later verder over hebben.
Mijn oudste dochter was toen 4 jaar en had het er vaak over dat ze goed voor haar broertje of zusje zou gaan zorgen. De jongste was 2 jaar en vond het geweldig dat ze ook grote zus zou worden. Mijn man en ik zeiden tegen elkaar dat we niet te lang moesten wachten met het vertellen van het nieuws. Maar het was moeilijk, hoe ga je het je kinderen vertellen, die nog zo jong zijn en een broertje of zusje verwachten? We waren het er wel over eens dat we ze mee wilde nemen in het hele traject en het benoemen zoals het was.
We kochten het boek van Woezel en Pip, 'dag lief muisje'. Met het boek wilden wij het nieuws vertellen aan onze kinderen, dat de baby misschien dood zou gaan en wat dood zijn dan is. Toen we met het boek ervoor gingen zitten om het nieuws aan de kinderen te vertellen, had de jongste er geen geduld voor en was ze behoorlijk aan het stuiteren (zoals ze eigenlijk gewoon is). Ik ben met haar naar de tuin gegaan, naar de schommel en mijn man heeft met de oudste het boekje gelezen en verteld dat haar broertje of zusje misschien dood zou gaan. Op een gegeven moment kwam ze, heel sip, naar mij toe in de tuin en gaf ze mij een enorm dikke knuffel. Ze vertelde dat ze het niet leuk vond dat de baby misschien dood zou gaan. De jongste pikte dit op en we spraken erover in de tuin. Vanaf dit moment hebben we het woord dood ook gewoon genoemd. We vertelden dat als je dood bent, je niets meer kan. Dat je niet kan spelen, niet kan ademen, niet kan slapen, dat je helemaal niets kan. En met de weken die verstreken kwamen er af en toe vragen, naar ons, maar ook naar opa en oma. We hadden verteld dat het hart van de baby niet goed was. Maar dat de baby nu wel kan groeien in mijn buik. Toen de oudste op de wc zat, vroeg ze dan ook ineens uit het niets aan oma: "oma, is mijn hart dan wel goed?". Geheel onverwachts, maar oma stelde haar gerust. Hierna hebben we het vaak over het hart gepraat, dat we die kunnen voelen kloppen. En als je je hoofd bij papa, mama of iemand anders op de borstkas legt, je het hart ook kan horen kloppen.
Mijn man en ik hadden ook enorm veel gesprekken, want eigenlijk wisten we dat het echt niet goed was met onze foetus. Ook de arts stelde ons voor de keuze om verder te gaan of de zwangerschap af te breken. Ik weet nog heel goed dat bij mij de gedachte om af te breken echt een no-go was en ik daar ook echt niet over wilde praten. Ik had immers een levend kindje in mijn buik en ik stond er dan ook al gauw in van dan wil ik elk moment die ik wel heb met mijn kind, daarvan genieten! Dit was lastig voor mijn man en wij hebben het er veel over gehad. Hij kon zich er bij neerleggen dat ik er zo over dacht en respecteerde dat. Via de gynaecoloog waren we ook bij de psycholoog terecht gekomen in het ziekenhuis om ons in het hele traject te begeleiden. Via het ziekenhuis kwamen we in contact met Koester. We gingen de zwangerschap zo ver als mogelijk voltooien en de zorg na de bevalling zou ingezet worden op palliatieve zorg, omdat we intussen wisten dat ons kindje geen leefbaar hart had en dit behoorlijk gecompliceerd was. We waren het eens dat ons kind absoluut niet mocht lijden.