
En daarna..
Ik had s'ochtends een moment in het ziekenhuis, ik moest naar de wc en wilde eigenlijk even douchen, maar ik had ook het gevoel dat ik Aaron bij mij moest houden. Er was een ontzettend lieve verpleegkundige die zei: "ik hou Aaron vast en sta zo met hem bij jou in de douche als er iets gebeurd.". Die woorden vergeet ik echt nooit meer, hoe ze dat zei. Het was ook letterlijk maar 1 stap en ze stond echt zo in de douche als het moest, die zat namelijk gewoon bij mij op de kamer. Dus toch, gauw gauw even in de douche. Schone kleren aan en weer op bed, Aaron in mijn armen.
Op dat moment kwamen mijn man en de oudste binnen en liet de verpleegkundige ons even alleen. We hoorden Aaron een geluidje maken, alsof hij ze welkom heette. De oudste vroeg gelijk waar zijn knuffels waren. Aaron had namelijk twee knuffeltjes gekregen, 1 van zijn zus en 1 van zijn nichtje. Ik vroeg mijn man om dit moment even te filmen. Terwijl de oudste bij ons op bed kroop met de knuffels van Aaron, drukte ze nog op de bel om de verpleegkundige te roepen waarop ik zei, geeft niet, laat maar gebeuren. Ik keek naar Aaron en ik zag dat zijn kleur veranderde. Ik dacht direct: "hij gaat". Onze oudste legde de knuffeltjes intussen bij Aaron. De verpleegkundige kwam binnen en ik zag al aan haar gezicht dat ze wist hoe laat het was. Ik vroeg aan haar of ze wilde luisteren en of ze de dokter wilde halen. Ik wist het zelf ergens wel, maar toch, die bevestiging moet je hebben. Of hij echt dood was. Ze luisterde en knikte. Mijn man en ik keken elkaar aan, we moesten huilen. De oudste zag dit en vroeg ons waarom we moesten huilen. Mijn man en ik keken elkaar weer aan. We zeiden: "Aaron is net dood gegaan". Je zag haar denken en ze zei: "Maar net maakte hij nog een geluidje". "Ja lieverd, dat deed hij net nog, maar nu is hij dood."... En toen kwam het kind in haar naar boven: "Mag ik een filmpje kijken." Even tot haar door laten dringen op haar manier.
De arts kwam binnen en bevestigde dat onze Aaron was overleden. Op 11 januari 2025, rond 11:10 uur.
Voordat mijn man en de oudste binnen kwamen had familie ook nog geappt om langs te komen. Zij zaten bij ons thuis. Mijn man nam de oudste mee naar huis. Ik zat daar, met Aaron, ons overleden kindje in mijn armen. De rust, de stilte, geen strijd. Niet te verwoorden of uit te leggen wat voor stilte dit was. We wisten dat het moment zou komen, dit was het moment. Hier begon het leren om op een andere manier van ons kindje, van onze Aaron te gaan houden. Op een andere manier vasthouden. En niemand kon ons vertellen hoe dat moest. Alleen wij konden dat voelen, alleen wij konden Aaron op een andere manier in ons opnemen en op een andere manier meenemen in ons leven. Familie kwam om de beurt nog eventjes langs. Eén voor één. Even persoonlijk contact en echt één op één een gesprek. Met mijn zus had ik een videogesprek, er kwamen geen woorden. Zij liep buiten met de kinderen. Er waren geen woorden nodig, mijn blik was genoeg.
Via het ziekenhuis werd er contact opgenomen met de uitvaartondernemer. Wij hadden op voorhand besproken dat we Aaron wilden laten balsemen, om niet te snel fysiek van hem afscheid te moeten nemen. Maar hopelijk hem nog mee te kunnen nemen naar huis. Het was een onstuimige dag, koud, her en der in het land lag er sneeuw. De man (de thanatopracteur) die Aaron zou komen balsemen moest uit Limburg komen en deed er een paar uur langer over om bij ons te komen dan de bedoeling was, maar 's avonds was hij er. Het is zoals het is en wij waren al erg dankbaar dat hij kon komen om dit voor ons te doen op zaterdagavond. We hadden een fijn gesprek en hij ging zich voorbereiden in de ruimte waar hij Aaron zou balsemen.
Ik vertelde dat ik mee wilde om Aaron bij hem achter te laten, ik kon hem niet meegeven. Geen probleem, daar ging ik, in de rolstoel mee, mijn man mee en Aaron op schoot, door een verlaten ziekenhuis naar het mortuarium. Het zou twee uur kunnen duren voordat we Aaron weer zouden zien. Het voelde oké om hem bij de thanatopracteurte laten. Hij zou Aaron immers 'opknappen' zodat hij mee kon naar huis.
We hadden vrijdag macarons gekregen van familie maar we hadden nog geen moment gehad om deze op te eten. Nou, dat kwam nu wel goed uit. We gingen even een frisse neus halen, wat een kou! Daarna weer lekker naar binnen en ons misselijk eten aan de macarons. Mijn man ging daarna weer naar huis en zou Aaron de volgende dag weer zien. Ik wilde nog een nacht in het ziekenhuis blijven met Aaron. Even met hem, zo alleen, zonder iemand als een soort van het is oké om met een bepaalde rust morgen het ziekenhuis te verlaten. Ik ging Aaron later op de avond ophalen. Ik deed hem een romper aan en pakte hem weer heerlijk bij me. Daar was je weer jongen.
Aaron lag zoals de andere nachten gewoon bij mij. Het was niet raar, maar anders om niet zijn warmte te voelen. Hoewel hij wel warm werd door mijn lichaamswarmte en het heerlijk was om met hem in slaap te vallen. Nog steeds onwerkelijk, geen ademhaling, geen geluidjes. De eerste uren zat ik daar op te wachten, of er toch nog een geluidje kwam. Maar je weet dat die er niet meer zou komen.
Zondag 12 januari pakten we in het ziekenhuisbed nog een glimp van de zon mee met mijn prachtige zoon. Samen met de verpleegkundige probeerden we nog wat afdrukjes te maken. Van zijn voeten ging het goed maar zijn handjes waren moeilijk. Aaron zijn vingers waren wat gekromd. En hoewel hij door het balsemen redelijk soepel was, kregen we het niet voor elkaar.